home      de kruiden      de kwaaltjes en remedies      herborist huren?      de webshop      winkelmand      contact      verkoopsvoorwaarden

de kruiden - M

 
Maretak - Viscum album

Wat is het?
Maretak is een halfparasiet, die op verschillende gastheren groeit. Meest algemeen wordt een maretak gevonden op populieren, fruitbomen, vooral appelaars, en lindes, maar er zijn nog heel wat andere boomsoorten waarop de plant groeit. Een maretak op een eik is erg zeldzaam, en dat is wellicht de reden dat zo’n maretak voor de Germanen en de Kelten heilig was.
Dat maretak een halfparasiet is, betekent dat de plant weliswaar zijn eigen bladgroen vormt, en dus zelf energie kan opnemen uit zonlicht en organische stoffen kan vormen, maar dat hij voor water en mineralen, anorganische voedingsstoffen wel afhankelijk is van zijn gastheer.

Maretak is, in tegenstelling tot de meeste andere planten, niet heliotroop: de bladeren groeien niet in de richting van het zonlicht, maar naar buiten toe vanuit de oorsprong van de plant. (Ook de meeste hangende en kruipende planten zijn heliotroop: de blaadjes richten zich wel naar de zon, maar de stengels zijn onvoldoende stevig om zich op te richten.)

In zijn tweede groeiseizoen vormt een maretak slechts een paar blaadjes. Het volgende jaar ontstaan tussen die twee blaadjes twee korte twijgjes, met op hun uiteinde opnieuw twee blaadjes. Tussen de twee paar blaadjes van het tweede jaar ontstaan dus in het derde seizoen in totaal vier twijgjes met twee blaadjes op hun uiteinde. Het duurt dus jarenlang vooraleer de maretak een flinke omvang bereikt. De plant kan tot 70 jaar oud worden en heeft dan een doorsnede van ongeveer een meter.
De lichtgroene, leerachtige blaadjes zijn langwerpig en gaafrandig. De maretak is een tweehuizige plant, wat dus betekent dat de lichtgele, onopvallende bloemetjes die in het hart van een bladpaar staan, op één plant ofwel uitsluitend mannelijk, en dus stuifmeelvormend, ofwel vrouwelijk, en dus stamperdragend zijn. Op de vrouwelijke planten worden de matte, doorschijnende, witte schijnbessen gevormd.

In tegenstelling tot andere planten is het zaad van de maretak groen. Het is eigenlijk geen zaad, maar een sappig groen plantenembryo, dat alleen in leven kan blijven en rijpen wanneer het daglicht ongehinderd door de schil van de bes en het vruchtvlees heen blijft schijnen. Bij andere planten moet het zaad juist een rustperiode in het donker in de aarde doormaken. De maretak zal niet meer kiemen wanneer de bes meer dan vijf dagen in het donker op de grond heeft doorgebracht. Het kiemen gaat via vogels. Wanneer een vogel een bes opeet, probeert hij de kleverige inhoud (Viscum komt van viskeus, kleverig, vandaar de Nederlandse naam vogellijm) kwijt te raken door zijn snavel aan een tak af te vegen. Andere vogels eten de bessen wel op, maar de kleverige inhoud met het zaad passeert ongehinderd het spijsverteringskanaal en wordt op een tak gedeponeerd. Het zaad wordt zo aan een tak geplakt.

Bij het kiemen groeit vervolgens de wortel eerst omhoog; ook dat is zeer ongebruikelijk. Het kiemplantje vertoont, net als andere planten, twee ovale blaadjes. Pas na vijf tot zeven jaar vormen zich de eerste bloemvormen. De plant is tweehuizig, dat wil zeggen: er zijn mannelijke en vrouwelijke planten. De bes is pas na negen maanden rijp in december. De bes blijft tot in de zomer vers (wanneer ze aan de plant blijft zitten en niet door vogels wordt opgepikt). In februari vinden we dus tegelijkertijd bessen en bloemen aan de plant.

Autonome plant met eeuwig jeugdig uiterlijk
We hebben hier met een ongehoord autonome plant te maken, die niet zoals andere planten is overgeleverd aan het seizoen, aan warmte, licht en zwaartekracht. Hoewel zij als een parasiet in een boom lijkt te groeien (zoals een tumor in de mens) is zij geen woekerplant, zij groeit niet ten koste van de gastheer. Door haar overvloedige bladgroen zorgt zij met behulp van licht en stikstof en koolstof uit de lucht voor de opbouw van haar eigen stoffen. Zij bezit daarmee een overvloedige vitaliteit die door haar eeuwig jeugdige uiterlijk (altijd overal groen en een eeuwige kiemplant) wordt onderstreept. Van deze vitaliteit wordt zeer beheerst gebruik gemaakt: de ongebruikelijk geremde en streng gevormde groei geeft een soort overwinning van haar woekerende tendens te zien. Dit kan natuurlijk niet als bewijs gelden dat deze plant een aanvullende geneesmiddel is bij kanker, dat bewijs kan alleen de praktijk leveren. Het is een voorbeeld van een manier om in de natuur op zoek te gaan naar nieuwe geneesplanten.

Verschillende maretaksoorten
Voor het produceren van een maretakpreparaat wordt gebruik gemaakt van de Viscum album. In Europa bestaan daar drie soorten van. De loofbomenmaretak, de dennenmaretak en de sparrenmaretak. Deze zijn botanisch verschillend. De dennenmaretak kan dus niet op een loofboom of een spar groeien en dat geldt omgekeerd ook voor de andere soorten.
De soorten zien er ook enigszins verschillend uit en ook wat betreft de inhoudsstoffen bestaat verschil. Zo bevat de dennenmaretak veel minder mistellectinen dan de andere. De loofboommaretak kan op verschillende gastheerbomen groeien. Voor de kenner is er zelfs een verschil in uiterlijk waar te nemen tussen de maretakken die groeien op verschillende loofbomen. En het merkwaardige is dat ook dít verschil in de samenstelling van de inhoudsstoffen tot uiting komt. Rudolf Steiner, de grondlegger van de antroposofie, had al gesteld dat de extracten van maretakken van verschillende gastheerbomen specifiek werkzaam zouden zijn bij verschillende tumorsoorten. Dit is met behulp van weefselkweken van verschillende tumorsoorten bevestigd. Maretakpreparaten worden vervaardigd van maretak van dennen-, eiken- en appelbomen.

Namen noemen
De bessen bevatten kleverige zaden die de plant zijn volksnaam ‘vogellijm’ bezorgden. In de botanische naam ‘Viscum album’ is de geslachtsnaam ‘Viscum’ waarschijnlijk afkomstig van het Latijnse woord viscidus of viscosus, dat kleverig betekent. Dit verwijst natuurlijk naar de kleverigheid van de bessen.
De soortnaam ‘album’ verwijst naar de witte kleur van de bessen. (In Zuid-Europa komt een andere soort maretak voor, de Viscum cruciatum, die donkerder groene bladeren en rode bessen heeft. Deze soort is bij ons niet winterhard.)

De Nederlandse naam ‘maretak’ verwijst naar de rijke folklore waarin de geheimzinnige plant, die tussen hemel en aarde groeit, een rol speelt. In ‘Mare’ herken je eenzelfde stam als in nacht’merrie’. De mare is het kwaad, een boze invloed. De plant werd geacht het kwaad te verjagen, en dat is één van de achtergronden van het gebruik om maretak in huis op te hangen.
Sommige volksnamen verwijzen naar de kleverige bessen, waar men een lijmstof uit haalde om vogels mee te vangen, en anderen naar een overtuiging, tegengesteld aan de zonet genoemde, die de maretak als een onheilsbrenger zag. Waarschijnlijk is dit een gevolg van de Kerstening: Maretak was in de voorchristelijke tijden een uiterst belangrijke rituele plant met een positieve betekenis. Het bleek nauwelijks mogelijk om het gebruik van deze en gelijkaardige planten rondom de Christelijke feestdagen (die voorheen ook al erg belangrijke jaarfeesten waren) uit te roeien, en daarom werden deze planten in die periode binnenshuis wel geduld door de kerkelijke hierarchie. Na de kersttijd echter, op ‘dertiendag’ (driekoningen), moest al het Kerstgroen echter het huis uit en werd het ritueel verbrand. Als er na die dag nog hulst, klimop of maretak in huis achterbleef, zou dit ongeluk brengen. Buiten de Kersttijd werden die planten dan ook als duivelsplanten beschouwd. Onze kerstboomverbrandingen zijn nog altijd een uitvloeisel van dit gebruik.

Het in meerdere talen voorkomende Mistletoe of Mistel zou een Germaanse of Angelsaksiche oorsprong hebben: men herkent er de stammen ‘mist’ in (mest, vogeldrek), en ‘tan’ (twijg): takken die via vogeluitwerpselen verspreid worden.

Een beetje geschiedenis
Maretak is een mythische plant. De gouden toverroede waarmee de Griekse held Aeneas toegang tot de Onderwereld verkreeg, zou een Maretak geweest zijn. In het Germaanse epos Edda wordt beschreven hoe de blinde god Hodur de zonnegod Balder met een Maretak als lans gedood heeft. Voor de Druïden, de Keltische priesters van de oude Galliërs en Brittanniërs, was niets zo heilig als een Maretak die op een eik groeide.

Deze verhalen gaan terug op de bijzondere relatie tussen maretak en boom. Terwijl de boom dood lijkt, draagt de maretak lichte, groengouden bladeren en rijpen de ronde, witte, doorzichtige bessen. Het lijkt er dus op dat het leven van de boom zich in deze plant teruggetrokken heeft.

De maretak moest met eerbied en in de zesde maand (van de Keltische kalender) met een gouden mes gesneden worden. Een in het wit geklede priester klom op de boom, sneed met een gouden sikkel de maretak af en gooide hem naar beneden waar hij in een witte doek opgevangen werd. Vervolgens werden de twee stieren geofferd, werd er gebeden, gedankt en gedanst. De maretak werd aanzien als een panacee (universeel geneesmiddel) en heel specifiek zou poeder van de maretak de vruchtbaarheid bij vrouwen bevorderen. Tevens geloofde men dat Maretak vooral ook een middel tegen vergiftiging zou zijn.

Maretak stond verder voor vriendschap, liefde, geluk en een lang leven, vandaar ook het oude volksgeloof over kussen onder de maretak.

In de medicijnkast
Afweersysteem verbeteren
Het is gebleken dat kankerpatiënten vrijwel altijd een sterk verminderde afweer hebben. Het is dus van groot belang dat niet alleen de ontspoorde cellen worden verwijderd, maar ook dat het interne regelsysteem weer optimaal gaat functioneren. Dat is met de huidige therapieën meestal moeilijk te realiseren. Bestraling en chemotherapie hebben de bedoeling korte metten te maken met kankercellen, maar helaas tasten ze ook het immuunsysteem aan.

Twee stoffen in maretak-extracten zijn met name verantwoordelijk voor verbetering van het immuunsysteem: lectinen en viscotoxinen. Van de mistellectinen is ontdekt dat ze de celdeling remmen van tumorcellen. De viscotoxinen blijken de wanden van tumorcellen te beschadigen zodat deze sterven. Je zou verwachten dat deze werking ook giftig is voor gezonde cellen in het organisme zoals dat ook bij chemotherapie het geval is. Mogelijk is dit inderdaad het geval bij geïsoleerde lectinen en viscotoxinen. Dat blijkt echter niet zo te zijn wanneer er een extract van de gehele plant wordt gebruikt. De combinatie met de andere inhoudsstoffen blijkt de giftigheid te verminderen.

Het blijkt dat een aantal celsoorten na toediening van Maretak wordt gestimuleerd om zich te vermeerderen en sterker te reageren. Deze vermeerdering en activiteitstoename is vooral te zien bij de witte bloedlichaampjes die de eigen cellen controleren op eigenschappen die een teken zijn van virusinfectie of tumoractiviteit. Wanneer dat het geval is worden deze zieke cellen onschadelijk gemaakt.

De productie: van sap tot genezend extract
Uit onderzoek is gebleken dat de maretak in de zomer een hoog gehalte aan viscotoxinen heeft. In de winter is daarentegen het gehalte aan mistellectinen veel hoger. Om die reden wordt er tweemaal per jaar geoogst: in het voorjaar en in de herfst. De sappen die hiervan worden verkregen, zijn weliswaar van dezelfde soort maretak, maar doordat ze geplukt worden in verschillende jaargetijden, zijn hun werkzame stoffen toch verschillend. De geoogste planten worden eerst verwerkt tot een extract. Daarna worden de zomer- en winterextracten gemengd. Na deze procedure wordt het maretakextract tot verschillende sterkten verdund en in injectieampullen gedaan.

De toediening: injectie met maretak activeert immuunsysteem
Maretakpreparaten worden bijna altijd in de vorm van onderhuidse (subcutane) injecties toegediend. Dat is tamelijk eenvoudig en in de meeste gevallen kan de patiënt of de partner de injecties op grond van de aanwijzingen van de arts zelf toedienen. Het maretakpreparaat wordt in de regel twee- tot driemaal per week met een zeer dunne naald onder de huid gespoten.

Gewoonlijk treedt er kort na de injectie een zogenaamde plaatselijke reactie op: de huid rondom de plaats waar de stof is geïnjecteerd, wordt rood en kan een poosje jeuken, licht zwellen en warm aanvoelen. Maar niet bij iedere patiënt doen zich die reacties voor en evenmin treden ze na elke injectie op. Zijn ze echter te heftig, dan zal de arts bekijken of het verstandig is de dosis te verminderen.

Dát er een plaatselijke reactie optreedt, houdt in dat ons organisme antwoordt op de behandeling met de maretak. En dat antwoord kun je als een positief signaal opvatten, omdat het aantoont dat het maretakpreparaat het immuunsysteem activeert. Dit systeem bestrijdt in ons lichaam alle ‘vreemde’ cellen, ziekteverwekkers en tumorcellen, als het tenminste intact is. Een van de signalen waaraan je kunt merken dat het werkt, is koorts. In bijna alle gevallen loopt na de toediening van een maretakinjectie de temperatuur van de patiënt licht op – soms tot koortshoogte – om vervolgens binnen zes uur weer af te nemen. (Bijwerkingen als matheid, hoofdpijn en spierpijn, die vaak met koorts gepaard gaan, horen zich niet voor te doen.)

Maretak bij hoge bloeddruk en aanverwante klachten
Maretak is een mild bloeddrukverlagend of -regulerend middel. Als je hoge bloeddruk hebt, verlaagt maretak de bloeddruk. Dat komt met name doordat het bloedvatenverwijdend werkt. Dat heeft te maken met de werking die het heeft op het zenuwstelsel. De spieren die de bloedvaten omringen kunnen door al te grote spanningen de bloedvaten vernauwen. Maretak helpt dit op te heffen alsmede de krampen die bloedvaten soms kunnen hebben. In verband met deze geneeskrachtige activiteit wordt maretak door fytotherapeuten ingezet bij de volgende indicaties:
- Matige hypertensie of hoge bloeddruk,
- Klachten die met hoge bloeddruk gepaard gaan zoals: hoofdpijn, duizeligheid, hartkloppingen, oorsuizingen, nervositeit, vagere hartstreekklachten,
- Preventie van aderverkalking,
- Preventie hart- en vaatziekten,
- Slechte bloedsomloop en gevolgen daarvan zoals oorsuizingen, duizeligheid, winterhanden en -voeten, syndroom van Raynaud, vaatspasmen, migraine.
- Bloedsomloopstoornissen door vaatspasmen als overgangsklacht.

Maretak als hartversterking
Maretak is een hartversterkend middel. Het vertraagt de hartslag en kalmeert het hart. Omdat de bloedvaten verwijd worden is er geen sprake van een te lage hartslag; het bloed blijft in gelijke hoeveelheden rond gepompt worden. Door deze medicinale werkzaamheid kan maretak door fytotherapeuten worden voorgeschreven bij:
- Nerveuze hartklachten, functionele hartklachten,
- Hartkloppingen, te snelle hartslag,
- Hartritmestoornissen zonder organische oorzaak, bijvoorbeeld tijdens menopauze.

Maretak brengt rust
Maretak is een rustgevend en kalmerend middel. Het ontspant spieren waardoor je rustiger in je vel zit. Daarnaast is het een goed werkend kramopheffend middel. Bovendien is het een tonicum voor de zenuwen in die zin dat het de overdracht van zenuwprikkels meehelpt. Om deze redenen kan een fytotherapeut besluiten het in te zetten bij:
- Krampen, kinkhoest,
- Adjuvans bij astma,
- Adjuvans bij convulsies of stuipen bij kinderen,
- Nervositeit, stress, zenuwzwakte,
- Zenuwinzinking, hysterie, uitputting.

Gebruik
Maretak thee
2 koffielepels in een kop koud water een nacht laten trekken. ‘s Morgens en ‘s avonds 1 kop drinken. Enkel de koude bereidingen zijn werkzaam, want warmte vernietigt veel actieve bestanddelen.
tinctuur: 3 x 30 dr/dag
wijn: macereren van 40 gr bladeren op 1 l witte wijn, 1 wijnglaasje bij de maaltijden.

Kweken
Maretak groeit in grote delen van de zuidelijke helft van Europa, maar bereikt ongeveer zijn noordgrens ter hoogte van de Belgisch-Nederlandse grens. In Vlaanderen is de maretak vrij zeldzaam, in de Ardennen komt hij vaker voor.

Vaak heeft men de indruk dat maretak een voorkeur heeft voor bomen op vochtiger bodems en langs rivieren. Dit is echter slechts schijn, maar kan worden verklaard enerzijds doordat de Maretak vaak terug te vinden is op Populieren, die veelal langs rivieren werden aangeplant, en anderzijds doordat de maretak een voorkeur heeft voor bomen op een kalkrijke bodem: In de Belgisch-Nederlandse voerstreek bijvoorbeeld, waar de maretak veel voorkomt, zijn de dalen eerder kalkrijk, omdat de kalk uit de (nu minder kalkrijke) hellingen is uitgespoeld.

Voor het kweken van maretak is veel geduld nodig, de plant groeit immers erg traag. Een maretak wordt vooral vermenigvuldigd door zaaien, en dat verloopt niet vanzelfsprekend:
In zijn allereerste levensfase is een maretak immers geen (half)parasiet, maar staat hij als epifyt volledig zelf in voor de opname van voedingsstoffen (die dan door het blad uit de lucht worden opgenomen). Als je zelf een maretak wil kweken, is het belangrijk zo vers mogelijke bessen te gebruiken. Laat daarvoor de bessen zolang mogelijk aan de twijgen (en liefst aan de plant op de gastheer....).
Het zaaien kan vanaf de Kersttijd tot in maart. Haal pas op het ogenblik van zaaien bessen van de twijgjes. Zaaien van maretak lukt het best op appel, populier, lijsterbes, wilg, meidoorn, linde en esdoorn. Kies een boom die op een lichte plek staat, want een maretak heeft licht nodig. Wrijf de bessen uit vlak bij de basis van een één- of tweejarige tak, die bij voorkeur horizontaal groeit. ‘Zaai’ bij voorkeur meerdere zaden op één boom: behalve dat je zo je kans op succes verhoogt, heb je hierdoor ook meer kans dat je op termijn toch in elk geval één mannelijke en één vrouwelijke plant overhoudt. In de loop van de volgende weken zal het zaad gaan ontkiemen. Uit de bes komt een kiem, die zich ombuigt naar de tak en daar onder de vorm van een hechtschijfje contact mee maakt. In de loop van het eerste groeiseizoen gebeurt er vervolgens weinig: De rest van het zaad komt los van de tak en komt boven het hechtschijfje te staan, maar verder is er weinig groei te zien. Het plantje heeft bovendien nog geen contact met de sapstroom van de waardplant, en overleeft dus op basis van de reserve in het zaad en van het in de lucht aanwezige water (dit verklaart waarom het zaaien van maretak vooral bij vochtige zomers veel kans op slagen heeft).
In de loop van de zomer groeit er uit hechtschijfje een kiemworteltje dat de bast van de plant doorboort, en dat er voor de winter voorbij is in moet slagen om de sapstroom van de gastheer te bereiken. In april van het volgende voorjaar komen dan de eerste twee blaadjes uit het plantje te voorschijn... het is inmiddels al meer dan een jaar geleden dat je het hebt gezaaid...

Oogsten
Maretak wordt vooral rond Kerst en Nieuwjaar geoogst en als versiering gebruikt.De traditie wil dat men elkaar omhelst onder een maretak, om zo een lang en voorspoedig leven af te dwingen. Oogst de blaadjes van begin oktober tot half december of in maart en april. In het voorjaar zijn er geen bessen dus hoef je de kleverige bessen van de takken te halen.

Nog even dit
De maretak is in grote hoeveelheden een giftige plant, en met name de bessen zijn uiterst giftig. Te hoge doses kan in ‘gunstige’ gevallen leiden tot hepatitis, lage bloeddruk, beroerte, pupilverwijding, coma. De dood kan echter ook onmiddelijk of na enkele dagen intreden door ademhalingsstilstand.
Het is dus duidelijk dat maretak alleen heel voorzichtig mag worden ingezet bij zelfmedicatie, en dat een behandeling met maretak bij voorkeur plaatsvindt onder begeleiding van een arts die er ervaring mee heeft. Bovendien mag het niet gecombineerd worden met bepaalde (weliswaar minder courant voorgeschreven) antidepressiva, nl MAO-remmers.

 

Terug naar overzicht.

     
     
 
webdevelopment by www.faromedia.be